Deel 3 Kiny Slim-Algera van Balletschool Ermelo: ‘Ballet is geen sport’

25 apr 2021, 11:43 Sport
15en balletschool ermelo
Archief

In de 78e aflevering van de Ermelose (sport)artikelen uit de oude doos een interview in 3 delen van donderdag 17 augustus 1995 met mevrouw Slim, die na 21 jaar afscheid nam als leidster van Balletschool Ermelo. Vandaag deel 3, klik HIER voor deel 1 en HIER voor deel 2.

Door Bram Burggraaff.

Kunt u iets vertellen over de uitvoeringen?

Natuurlijk alleen maar over de uitvoeringen tot nu toe. Het is aan Bernice hoe ze verder wil gaan. Om ouders met de vorderingen van hun kinderen kennis te laten maken, zijn we destijds begonnen met een soort openbare lessen, eerst in de toenmalige Dorpshal, later in de Dialoog. Hieruit zijn de tweejaarlijkse leerlingenuitvoeringen voortgekomen, die we vanwege de betere zaal- en toneelaccommodatie sinds 1985 hebben gehouden in het Cultureel Centrum te Harderwijk.

Zo ook dit jaar. Het eerste nummer is doorgaans een demonstratie van R.A.D.-leerstof, waarbij de leerlingen hun gewone leskleding dragen. Daarna volgen voor elke groep allerlei soorten dansen in speciale kostuums en op eigen choreografie. Dat laatste betekent dat we de dansen pasje voor pasje ontwerpen op muziek die we daarvoor hebben uitgezocht. Dit jaar hoefde ik de choreografieën niet alleen te maken. Bernice heeft een aantal dansen gemaakt, onze dochter Natascha heeft een belangrijke inbreng gehad in de dansontwerpen voor ‘De gelaarsde kat’ en mevrouw Galina Golland, ex-danseres van het Kirov-ballet, bedacht voor ons de pas de deux uit het zesde bedrijf van de ‘Kat’.

De ontwerpfase begint zo’n 7 tot 8 maanden voor een uitvoering, het instuderen tijdens de lessen en op de zaterdagen 5 tot 6 maanden tevoren. En dan is er natuurlijk nog de kostumering. Je moet zeker op 200 kostuums rekenen. De balletschool heeft een grote kostuumvoorraad, maar elke keer moet er van alles gerepareerd, vermaakt en bijgemaakt worden. Daar is een groep vrijwilligers 4 tot 5 maanden mee bezig. Dan komen daar ook nog de rekwisieten, decors, belichting, geluidbandmontages, het programmaboekje enzovoort bij. Alles, als bij een echte theaterproductie, maar dan voor één avond. En tijdens de uitvoering helpen 25 tot 35 medewerk(st)ers mee bij het grimeren, het verkleden, de toneelwerkzaamheden, noem maar op. We hebben heel veel hulp van vrijwilligers. Maar ondanks de entreegelden moet er elke keer geld bij. Daar doen we niet dramatisch over. We zien het als goed bestede reclamekosten.’’

Zijn er oud-leerlingen van Balletschool Ermelo die verder zijn gegaan in ballet?

"Een enkeling. Bernice Zwijnenberg die de school overneemt, is jarenlang mijn leerling geweest. Ze is nu geregistreerd R.A.D.-balletpedagoge en tevens lid van de N.B.D.K. Cleo Kwaaitaal heeft na een aantal jaren bij onze school diverse beroepsopleidingen in ballet gevolgd en is toen professioneel danseres geworden. Ze heeft een tijdlang gedanst in het Nationaal ballet van Israël. Esther Schouten heeft na een soortgelijke beroepsopleiding professioneel gedanst in Innsbruck. Ze geeft nu allerlei soorten lessen, terwijl ze haar eigen opleiding en studie nog voortzet. Ook Eddy van der Schouw en zijn zus Gonda hebben bij onze school les gehad, maar dan in tapdance.

Deze herfst gaat Eddy’s musical Antartica in het Amsterdamse Carré in première. Daarna volgt een toernooi door het land. Overigens is het niet zo dat ik leerlingen aanspoor het vak danseres of danser te kiezen. Willen zij perse auditie voor een beroepsopleiding doen, dan wijs ik ze wel de weg, maar verder ga ik niet. Willen ze danspedagoog worden, prima, maar danser of danseres? Het is een hard, zwaar en slecht betaald vak met maar een o zo kleine kans om de top te bereiken, een top waar je dan ook nog zo kort kunt blijven. Nee, ballet is veel leuker, wanneer je het als amateur blijft doen!’’

Waarom stopt u met u werk bij de Balletschool?

Als je op een serieuze manier een balletschool wilt leiden, op niveau les wilt geven, je leerlingen goede examenresultaten wilt laten behalen en uitvoeringen op het toneel wilt zetten waar het publiek graag naar komt kijken, levert dat samen meer dan een fulltime baan op. Daar kun je niet onbeperkt mee doorgaan. Het gaat je allemaal moeilijker vallen. Bovendien ben je door zo’n school erg gebonden. Als je les neemt, kun je zeggen: Ik ben er volgende week niet. Maar als je les geeft, kun je dat niet maken.

Ik verlang nu weleens naar wat meer vrije tijd. Mijn ouders zijn over de negentig. Ik wil, zolang het nog kan, ze wat meer bezoeken dan tot nu toe mogelijk was. Ik ben heel blij dat Bernice mij opvolgt. Ik begon met 36 leerlingen, wat langzamerhand is uitgegroeid tot het huidige aantal van 130 leerlingen. Als Bernice de school in september overneemt, is dat een goede zaak. Ik zal nog wel eens komen kijken, als zij dat goedvindt. Tenslotte blijven de lessen gegeven worden hier in de studio PC Hooftlaan 6. Het enige wat ik van plan ben door te zetten, zijn de lessen tapdance’’, aldus Kiny Slim-Algera.

banner van buuren schildersbedrijf