Deel 2 Dindoa trainer Martin Bos: ‘Een goede trainer kijkt verder dan het eerste team’

16 mei 2021, 17:33Sport
19en oudedoos
Archief Dindoa
In de 83e aflevering van de Ermelose sportartikelen uit de oude doos een interview in 3 delen van donderdag 28 december 1995 met Martin Bos, die al sinds 1992 werkzaam was bij de Ermelose korfbalvereniging Dindoa, eerst als succesvol trainer van Dindoa A1 en sinds de zomer van 1995 als hoofdtrainer. Vandaag deel 2, klik HIER voor deel 1.
Door Bram Burggraaff.
Ongeduldige mensen
Martin Bos geeft fijntjes aan dat vragen over welk niveau, op welke wijze en op welke termijn voor Dindoa haalbaar zijn, veelal worden gesteld door ongeduldige mensen. Hij wijst daarbij op de betrekkelijkheid van die vragen, want het antwoord is namelijk afhankelijk van de randvoorwaarden, die je als vereniging kunt scheppen.
Allerhoogste niveau haalbaar
Martin Bos: "In principe is het allerhoogste niveau voor Dindoa haalbaar. Als we vijfmaal in de week gaan trainen, als mensen zich vrij kunnen maken voor het korfbal, als er sprake is van goede medische begeleiding in de vorm van bijvoorbeeld een verzorger en een fysiotherapeut, als er een goede invulling wordt gegeven aan het Technisch Beleidsplan, enzovoort, dan is het hoogste niveau binnen bereik.’’
Over Ermelose grenzen
Bos wijst er wel op, dat als men dit allemaal snel wil bereiken er ook geen bezwaar tegen moet zijn, dat er over de Ermelose grenzen wordt heen gekeken. Bos doelt daarmee bijvoorbeeld op het aantrekken van een bepaald type speler die je op dat moment niet binnen je vereniging hebt, van buitenaf. Persoonlijk heeft hij daar geen moeite mee. Geruststellend voegt hij daaraan toe, dat een club als Dindoa ook op eigen kracht hogerop kan komen. Aan trainer en spelers moet men dan wel de tijd gunnen om naar dat niveau toe te groeien, zowel in technisch/tactisch- als mentaal opzicht. Vooral dat laatste in van groot belang. Op de concrete vraag op welke termijn Dindoa in de eerste klasse kan spelen, is het antwoord, dat dit met drie jaar haalbaar moet zijn, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan.
Hameren
Eén van de randvoorwaarden is de jeugdopleiding. Bos noemt dat van essentieel belang, want die voor de basis van de hele vereniging. Daarbij is het aanleren van een goede techniek het allerbelangrijkste voor jonge korfballers. "Toen ik mijn werk bij Dindoa begon, heb ik de eerste maanden niets anders gedaan dan daarop hameren. Op het laatst konden ze me wel schieten. Ik ben echter van mening dat techniek de basis is van het hele spel. Daar staat op valt een team mee en dat moet je er van jongs af inbrengen.’’
Bliksemsnel resultaat
Gevraagd naar de binnenkort in te voeren ‘kweekvijver’ binnen Dindoa merkt Martin op dit een uitstekend idee te vinden. "Het gaat om jongelui, die qua niveau net tegen de selectieteams aanzitten. Door het creëren van een apart trainingsuur bezorg je hen een stukje waarde, waar je ook als vereniging alleen maar sterker van wordt.’’ Martin Bos is niet het type trainer dat drie jaar voor een club uittrekt, snel resultaat wil boeken en dan doorstroomt naar een hogere club om meer geld te verdienen. "Trainers die alleen interesse hebben in het hoogste team en bliksemsnel resultaat, maken een vereniging stuk. Als er meer in een club zit, moet dat eruit gehaald worden’’, vindt hij, er nogmaals op wijzend dat het altijd de vereniging zelf is die het beleid bepaalt.
Lastig parket
Elke vereniging krijgt te maken met spelers die op een gegeven moment stoppen, vanwege zaterdagwerk of vertrek wegens studie in een andere plaats. Dat kan een club in een lastig parket brengen, vooral als het om spelers gaat die waardevol voor een vereniging zijn, hetzij door hun talent, hetzij vanwege andere kwaliteiten. In dit verband wijst trainer Bos erop, dat het vaak de spelers van het derde, vierde of vijfde team zijn, die de vereniging organisatorisch dragen. "Bijzonder waardevol’’, noemt hij dit soort mensen en weer komt het begrip randvoorwaarden op de proppen. "Als je spelers die bijvoorbeeld vanwege studie elders terecht komen, toch voor de club wilt behouden, zal je daar iets tegenover moeten stellen. Wanneer het voor een student te duur is om heen en weer te reizen voor trainingen of wedstrijden, zie ik er geen bezwaar in om een deel van de reiskosten te vergoeden.’’
banner bouwsports 120x180
loading

Loading articles...

Loading