
In de achtste aflevering van de ‘Ermelose sportverslagen uit de oude doos’ het eerste deel van een artikel over het 25-jarige bestaan van korfbalvereniging Dindoa van donderdag 16 augustus 1990. De toenmalige voorzitter van de vereniging, de heer P. Yska vertelde daarin openhartig over ‘zijn’ Dindoa.
Door Bram Burggraaff.
Wat kunt u vertellen over 25 jaar Dindoa?
"De vereniging is opgericht op 9 september 1965, een aantal jaren nadat korfbalvereniging Irminloo ter ziele was gegaan. Door impulsen van onder andere mensen die werkten op de stichtingen is er weer leven in de brouwerij gekomen. In het begin kende Dindoa nogal wat aanloopmoeilijkheden. Er was geen ruime accommodatie. Halverwege de zestiger jaren was er in Ermelo een skelterbaan, waar nu MAVO Irminloo staat. Er waren wat velden, onder andere van DVS’33 en EFC’58. Daar is Dindoa toen ook gaan spelen. De vereniging begon met ongeveer dertig leden, waar een jaar later nog slechts zeventien van over waren. Daarna pas begon de aanwas van het ledental. Dindoa wist vrij veel jeugdleden aan te trekken via het Schoolkorfbaltoernooi. Dit toernooi wordt volgend jaar al voor de 25e keer gehouden. Het aantal leden nam gestaag toe en in 1969 werd de naam CKV Dindoa veranderd in CSV Dindoa, want ondertussen had zich binnen de vereniging nog een tak van sport ontwikkeld, volleybal. Begin zeventiger jaren kwam er ook nog een basketbalafdeling bij, maar die is eind jaren zeventig weer gestopt. Er was een geringe aanwas en de reisafstanden voor competitiewedstrijden waren groot, omdat er weinig basketbalverenigingen in de buurt waren. In 1981 zijn de afdelingen korfbal en volleybal als goede vrienden uit elkaar gegaan. Een jaar later is de volleybalvereniging onder de naam Pauwervoll verder gegaan.’’
Waar heeft Dindoa gespeeld?
"Toen de Christelijke MAVO werd gebouwd, moesten we ons eerste terrein verlaten. Dat is een moeilijke periode geweest, waarin we op diverse terreinen speelden: Op Veldwijk, achter Calluna, bij Ons Huis in Horst en in 1979 zijn we uiteindelijk terecht gekomen op ‘De Zanderij’ aan de Watervalweg. We hebben daar een geweldig mooie accommodatie. In de tachtiger jaren wilde de gemeente Ermelo forse bezuinigingen doorvoeren, maar met steun van de Ermelose Sportraad zijn er toen alternatieve mogelijkheden gevonden. Dindoa kreeg de mogelijkheid opstallen (kantine, bestuurskamer en kleedruimten) te privatiseren. Alleen de velden huren we nog van de gemeente.’’
Hoe is de ontwikkeling van het ledental door de jaren heen geweest?
"We zijn begonnen met een klein aantal. We hebben vele jaren tussen de 150 en 200 leden gehad. Een tijdje hadden we zelfs meer dan 200 leden. In 1983 deed zich een crisis voor. Een uitvloeisel van spanning die zich al vele jaren manifesteerde. De vereniging werd te groot voor individualisten. Deze mensen hadden het jarenlang voor het zeggen gehad en wilden de verantwoordelijkheid niet graag delen. Dat lag ten grondslag aan de splitsing die zich toen voordeed. Een 25-tal leden vertrok, op voor mijn nog steeds onverklaarbare gronden. Toch was het ledenverlies niet zo dramatisch; wij dachten meer leden te zullen verliezen. Wat we echter niet hadden verwacht was dat de bond toestemming zou geven voor een tweede korfbalvereniging in Ermelo en toch is dat gebeurd. De bond heeft naderhand toegegeven een verkeerde rekensom te hebben gemaakt. Men was uitgegaan van het aantal inwoners van Ermelo, zo’n 25.000. De gemeente heeft wel 25.000 inwoners, maar daarbij horen ook de bewoners van de stichtingen en het buitengebied. Ermelo zelf heeft veel minder inwoners. De toestemming voor een tweede korfbalvereniging was voor ons een teleurstelling, alhoewel wij er weinig schade van hebben ondervonden. We hadden in die tijd de mogelijkheid ‘een nieuw leven’ te beginnen. De eerste gebeurtenis was, dat ongeveer 30 oud-leden terugkeerden naar onze vereniging. Onder hen was een aantal ex-kaderleden. We groeiden nadien van een vereniging met 175 leden naar één met 330 leden aan het einde van het afgelopen seizoen. Toch betreur ik nog steeds, dat een splitsing heeft plaatsgevonden.’’
Heeft Dindoa voldoende vrijwilligers?
Na 1983 is er een andere verenigingsstructuur tot stand gekomen. We hebben allerlei commissie nieuw leven ingeblazen en eigen verantwoordelijkheid gegeven. Er is nu een technische, een jeugd-, een propaganda-, een kantine-, een beheers- en een redactiecommissie. Als ik naar het vaste kaderbestand kijk, dan zijn er ruim veertig vaste kaderleden. Verder zijn er nog allerlei medewerkers en trainers. Dan kom je al gauw op zo’n honderd leden, die naast het spelen ook op een andere manier actief zijn voor de vereniging. Dat stimuleren wij trouwens.’’






