Bert Plette heeft naar eigen zeggen 'één hand aan de beker' in de strijd om de 'kleine beker' bij het Veluws Schaakgenootschap. Hij versloeg Margriet Martensen die beter stond, maar een toren verspeelde, waarna Bert toesloeg. De andere hand aan de beker is die van Martijn Grobbe die Gerda Smid liet zien dat zijn initiatief winnend zwaarder woog dan haar stuk materiaalvoordeel.
Van Bram Burggraaff. Verslag: Dirk van Setten.
Nog vier
In de strijd om de Ron Hollmann bokaal zijn nog vier gegadigden. William van de Groep offerde een volle toren in de opening tegen Marco ter Meer. William kreeg veel compensatie, maar het werd nog behoorlijk spannend alvorens Marco het onderspit delfde.
Slim
Ralf van den Burg zou onvoldoende hebben aan remise en zette alles op alles om Onno Wolters onder druk te krijgen. In wederzijdse tijdnood maakte Onno een foutje, maar herstelde zich slim. Toen de zaak weer in evenwicht leek, ging Ralf forceren, waarna Onno de winst kon pakken.
Ontsnappingsluik
Ook Ger van Keulen zou onvoldoende hebben aan remise. Hij wist Dirk van Setten in eerste instantie behoorlijk onder druk te zetten. Ger dacht de druk in een concreet voordeel om te kunnen zetten, maar Dirk vond het ontsnappingsluik en kreeg zelfs licht initiatief. Toen de bedenktijd van Ger nagenoeg op was, accepteerde hij het remiseaanbod.
Versneld
Henri Bosch kwam 'tussen twee schelven hooi'. Wat hij ook zou spelen, één van de schelven - en daarmee de winst - zou voor Ferry Lunek zijn. Aldus geschiedde. Kevin Alfrink en Robert Timmerman voeren de ranglijst van de competitie met versneld speeltempo aan.