Herinneringen ophalen aan 75 jaar Transportbedrijf St vd Brink Ermelo

Voor namen: zie artikel.
Foto: Grietje-Akke de Haas

Het begon allemaal in 1945. Met paard en wagen start Steven van den Brink in Ermelo een eigen transportbedrijf. Jan Pul kan het zich nog goed herinneren. “Ik heb wel op dat paard gezeten, dat zal in 1946 geweest zijn.” In 1950 investeerde Steven van den Brink in zijn eerste vrachtwagen. Vanaf de jaren zestig groeide het aantal orders flink, dus ook het legertje van chauffeurs en het vrachtwagenpark. Op 1 december 2020 bestaat het transportbedrijf 75 jaar. In aanloop naar het platina jubileum een interview met 5 gepensioneerde vrachtwagenchauffeurs en een monteur die herinneringen ophalen aan die goeie oude tijd.

Jan Pul alias ‘Ome Jan’ (83), 25 jaar monteur van 1970-1995
Jan Gerards (78), bijna 30 jaar chauffeur vanaf 1971/1972-2001
Barend van den Brink alias ‘Sinterklaas’ (77), 18,5 jaar chauffeur van 1981-2000
Kas de Boer (72), 28 jaar chauffeur van 1980-2008
Aart Visch (71), 18 jaar chauffeur van1976-1988 en van 2008-2014
Gert Noordam (66), 37 jaar chauffeur, van 1977-1982 en van 1988-2019

‘Géén chauffeur worden’
Hoe wel Gert Noordam ‘het broekie’ van dit gezelschap is, heeft hij de meeste dienstjaren bij St vd Brink. “Adverteren was destijds niet nodig. De baan van vrachtwagenchauffeur ging over van vader op zoon, broers of ooms of andere familieleden.” Het beroep heeft kennelijk wat. “Mijn zoon Bas werkt hier ook als chauffeur terwijl ik nog zo tegen hem had gezegd géén chauffeur te worden, want je bent nooit thuis. Maar ja, als jochie van 6 jaar ging hij al met me mee, toen zal het zaadje al zijn geplant.”

Leugenboekje
Het vrije leven van vrachtwagenchauffeur sprak Gert Noordam erg aan, vooral in de eerste decennia dat hij bij St vd Brink werkte. “Je had lekker helemaal geen baas om je heen, tegenwoordig zien ze overal waar je bent. Toen moesten we een werkboekje invullen van de gewerkte uren, die keek Ida na.” De rest van de groep roept met een grijns van oor tot oor: “Oh ja, dat was het leugenboekje.”

Soep en bier
‘Sjoemelen’ met uren bleek in die tijd heel gewoon. Niemand die erna omkeek, zolang het werk maar werd gedaan. Zo wordt verteld dat toen het transportbedrijf nog aan de Telgterweg huisde, de chauffeurs elke vrijdag het loonstrookje met een zakje weekloon konden ophalen. “Dan kregen we van Geurtje, de vrouw van de zoon van de ‘oude’ Steven, een bakje soep of een blikje bier. Iedereen verdiende hetzelfde: 425 gulden per week, of je nu 20, 30 of 40 uur per week werkte. Je kreeg gewoon dat bedrag voor je rondje. Dus hoe harder je reed, des te eerder was je klaar. Dat heeft het bedrijf toen heel veel brandstof gekost!”

Hele nacht ronken
In de winter kon het vaste salaris ook pech betekenen omdat er naast het gewone werk meer uren moesten worden gedraaid, vooral als het ’s nachts heel hard vroor. Dan moest Jan Pul ’s avonds de vrachtwagens al starten, zo’n 40 in die tijd, zodat de wagens de hele nacht stonden te ronken om de chauffeurs de volgende dag op pad te krijgen.

Geen mobieltjes
De strenge winters, toen nog wel, zijn een fenomeen die de heren gemeen hebben. Vooral de zwaarste sneeuwstorm van de vorige eeuw in februari 1979, die het leven in Friesland, Groningen en Drenthe platlegde. “In 1979 had je geen mobieltjes, auto’s die wij tegenkwamen op de weg naar het Noorden seinden allemaal dat we moesten omkeren. Collega Bert heeft zelfs 3 of 4 dagen bij een boer geslapen omdat de weg bij Drachten helemaal dichtzat.”

Onthaald als bevrijder
Gert Noordam reed altijd voor Poiesz Supermarkten. De eerste keer dat hij sinds de sinds de sneeuwstorm met zijn vrachtwagen Drachten kwam binnenrijden, werd hij onthaald als een bevrijder. “Heel veel mensen stonden toen aan de kant te klappen voor mij, zo blij waren ze.” Kas de Boer herinnert zich nog de strenge winters dat het zo hard vroor dat het kraakte. “Onderweg bevroor de diesel van je vrachtwagen gewoon en ging de vloeistof vlokken. Stond je daar met zoveel auto’s langs de weg.” Jan Gerards weet nog: “Of die keer dat ik in Hardenberg met een zware storm moest lossen. De dakpannen vlogen om ons heen.”

Rood/wit
Over de opvallende rood/witte vrachtwagens van St vd Brink die langs de weg stonden, weet Aart Visch ook nog wel wat te vertellen, overigens niet omdat ze pech hadden. “Als je was aangenomen kreeg je de vrachtwagen mee naar huis, maar die moesten wel ergens geparkeerd worden. Vaak was dat op parkeerplaatsen langs de snelweg. Dus zag je indertijd vanaf Ermelo tot aan Elburg overal auto’s met een rode voorkant staan, geweldig was dat.”

Bulk rijden
Barend van den Brink heeft altijd bulk gereden. “De eerste keer was met Kas, van hem kreeg ik de opleiding. Bulkwagenchauffeur zijn is een vak apart, het laden en lossen trouwens ook.” Gert Noordam kan daar over meepraten. “Dit werk ga ik niet doen”, was hij ervan overtuigd na een geintje van Kas de Boer. “Een grote zak aan het plafond met kalvermelkpoeder deed ‘poefpoef’.” Achteraf het signaal om je uit de voeten te maken. “Kas deed dit wel, maar zei niets tegen mij, zodat ik al het poeder over me heen kreeg.”

Tweedehands
Vroeger werd alles wat stuk was aan de vrachtwagens van St vd Brink het liefst gerepareerd met tweedehands onderdelen, een klus voor ‘Ome Jan’. “Of het nu ging om een spiegel, band, deurtje of motorkapje, dat werd allemaal gehaald bij sloperij Mestebeld in Lemelerveld.”

Vingerknip
Als de mannen terugkijken volstaat een vingerknip. “Het is allemaal zo snel voorbij gegaan.” Jan Pul: “Ik ben straks langer thuis dan aan het werk.”

Foto
Van links naar rechts: Kas de Boer, Jan Pul, Gert Noordam, Aart Visch, Jan Gerards en Barend van den Brink.

 

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden