
In de vijfde ronde van de interne competitie bij het Veluws Schaakgenootschap Ermelo (VSG) eindigden slechts drie schaakpartijen in remise. Dat zoveel partijen werden beslist kwam door het scherpe spel van veel spelers en het feit dat in deze fase van de competitie minder sterke schakers spelen tegen sterkere tegenstanders.
Van Bram Burggraaff.
Langs de rand van de afgrond
Sape Westra ging langs de rand van de afgrond in zijn partij tegen Martin van de Broek, die de afgelopen maanden goed op dreef is. Van de Broek dacht een pion te verspelen, maar bleek daardoor verrassend goede winstmogelijkheden te krijgen. Helaas voor hem koos hij uit drie mogelijkheden de minste en nadat hij een stuk verloor, gaf hij op.
Spannende partij
Jan Lambrechts won in de opening een pion van Rob Hollmann. De partij eindigde toch in remise, omdat Lambrechts het juiste winstplan niet kon vinden. Olaf Vlieger en Bas West speelden een erg spannende partij, waarin de kansen lange tijd gelijk bleven.
Verkeerd veld
In het verre middenspel kwam West gewonnen te staan, maar door tijdnood overzag hij de goede zetten, gaf een toren weg en verloor. Ferry Lunek kreeg één van zijn favoriete openingsvarianten aangereikt door Ronald Bieringa. Zwart raakte achter in ontwikkeling en plaatste een paard op een verkeerd veld, waarna wit de winst binnenhaalde.
Reglementaire winst
Henry Bosch en Wido Sparling kregen beide een reglementaire winst, omdat hun tegenstander niet kwam opdagen. Onno Wolters kreeg een klein voordeel in zijn partij tegen Cees Doets, toen deze onder druk een fout maakte en een stuk verloor, was de winst voor Doets een feit.
Dame-gambiet
Nieuw lid Margriet Martensen speelde tegen Piet Vroegindeweij het dame-gambiet. Vroegindeweij nam de pion niet aan, waarna een vrij evenwichtige stelling ontstond. Na 25 zetten besloten beide spelers genoegen te nemen met remise.
Overwicht
Nieuw lid Julian Bruinink kreeg te maken met de lijfopening van Willem Booy, de Leeuw-variant. Booy speelde zijn stukken naar de velden die bij deze opening horen en kreeg voldoende overwicht om te winnen.
Sterk spel
Anton Reijngoudt speelde een prima partij tegen Ralf van den Burg. In het vroege middenspel verloor hij weliswaar een kwaliteit (toren werd geruild voor een paard), maar door sterk spel kreeg zwart geen grote kansen. Toen Van den Burg zelf ook de kwaliteit verloor, ontstond een gelijkstaand eindspel, dat uiteindelijk door Ralf werd gewonnen.
Pech
Ulbe Brouwer had de pech dat hij tegen de te laag geklasseerde Gerard de Hoop moest aantreden. Brouwer kwam goed uit de opening, maar een verkeerde paardzet gaf zwart de kans een toren te offeren met winnend voordeel.
Sterk centrum
Jo Wolters kwam uit de opening met een sterk centrum en goede kansen in het middenspel. Jan van de Bosch verdedigde zich knap, maar moest uiteindelijk tot het onderspit delven. Peter van Geel en Wim van Dalen speelden lange tijd een gelijk opgaande partij. De kansen wisselden voortdurend. Toen Van Dalen materiaal wist te winnen gaf Van Geel op.
Aangevallen door witte toren
Dick van Enk toonde zich ruimschoots opgewassen tegen Henk Miedema, die vergat zijn dame weg te zetten toen ze werd aangevallen door een witte toren en gaf direct op toen ze werd geslagen.