Voordat de vijfde ronde in de kampioensgroep van het Veluws Schaakgenootschap Ermelo (VSG) werd gespeeld, was al duidelijk dat Sape Westra clubkampioen werd, zelfs als zijn naaste belager Onno Wolters van hem zou winnen. In dat geval eindigden ze gelijk, waardoor de eindstand in de voorrondes waarin Westra de eerste plaats bezette de beslissing zou geven.
Van Bram Burggraaff.
Sape Westra - Onno Wolters
Wolters zette met de witte stukken de partij behoudend op en Westra reageerde afwachtend. Onno schakelde goed bij toen hij zag dat Sape een aanval begon die teveel tijd nodig had. Wolters plaatste zijn stukken op de goede posities en kreeg voordeel. Toen de zwarte aanval stokte, bleek dit beslissend te zijn en won wit de partij.
Bas West - Gerard de Hoop
Bas West en Gerard de Hoop speelden beiden op aanval. Bas won een pion en Gerard probeerde met sterk stukkenspel aan te tonen dat hij voldoende compensatie had. West neutraliseerde echter de dreigingen, waarna de partij nog een spannend slot kreeg, toen Bas zijn dame ruilde tegen twee torens. Hij had echter goed gezien dat dit zou leiden tot beslissend voordeel.
Ralf van den Burg - Dirk van Setten
De partij van Ralf van den Burg en Dirk van Setten eindigde na 20 zetten in remise, maar vloog daarvoor alle kanten op. Het voordeel schoof van de ene speler naar de andere. Eerst leek Van den Burg te gaan winnen, maar toen hij niet de sterkste zetten deed, was Van Setten plotseling in het voordeel.
Nog één inhaalpartij
Geen van beide spelers maakte goed gebruik van de kansen, waardoor remise wellicht de meest terechte uitslag was. Er moet in de kampioensgroep nog één inhaalpartij gespeeld worden. Duidelijk is echter al dat Sape Westra en Onno Wolters als nummer één en twee zijn geëindigd.
Keizercompetitite
In de één na laatste ronde van de keizercompetitie werden negen partijen geschaakt. Ferry Lunek moest alle zeilen bijzetten om niet te worden overlopen door Willem Booy. Booy overzag echter een dreiging, verloor een stuk en gaf op. Henri Bosch had het lastig tegen Wido Sparling. Toen Sparling echter te overmoedig materiaal offerde, was Bosch er als de kippen bij om de winst te pakken.
Hisham Haout won een pion tegen Ronald Bieringa, maar kon dit kleine voordeel niet in winst omzetten; remise dus. Piet Vroegindeweij overklaste Henk Miedema en won soepel. Cees Doets won een pion bij iets betere stelling van Nikki van Es. Van Es hoorde tot zijn verbazing het remiseaanbod en accepteerde dit maar al te graag.
Margriet Martensen kreeg een aanvallende stelling tegen Wim Jongejan. Ze verzuimde echter goed te ontwikkelen, waardoor Jongejan een stuk en later de partij won. Rob Hollmann zette Lex Wattez onder druk, won een stuk en later nog een toren en dus de partij.
Wim van Dalen en Jan van de Bosch speelden een degelijke partij. Van de Bosch verdedigde zich goed tegen de witte dreigingen en won in het middenspel materiaal. Dit zette hij vervolgens om in winst. Noël Bovens offerde thematisch een stuk om onder de druk van Jan Lambrechts uit te komen. De ontstane stelling leek veelbelovend, Lambrechts offerde echter terug en na nog een paar zetten was remise een feit.