
In de 60e aflevering van de ‘sportartikelen uit de oude doos’ een interview in 2 delen met Heleen van Zomeren van 21 juli 1994. In de serie zomerinterviews komt als eerste de 22-jarige paardrijdster Heleen van Zomeren aan het woord. In oktober 1993 werd Heleen Nederlands Kampioene op het zware onderdeel Samengesteld, een combinatie van diverse ruitersportonderdelen. Daarbij viel haar de eer te beurt een speciale onderscheiding te ontvangen uit handen van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Vandaag deel 1.
Door Bram Burggraaff.
Heel intensief
Heleen van Zomeren: "Ik ben momenteel alleen bezig met de paardensport. Het is heel intensief. Je bent al gauw anderhalf uur met één paard bezig en als je er dan drie moet verzorgen, gaat daar veel tijd in zitten. Bovendien geef ik les op het Federatie Centrum in Ermelo. Het valt niet mee om in de paardensport je brood te verdienen, daarom hoop ik er in de toekomst een halve baan bij te krijgen, ook omdat je dan gelijk verzekerd bent. We hebben stallen bij ons huis. Op drie paarden rijd ik wedstrijden, daarnaast hebben we een fokmerry met een veulen en nog een tweejarig en driejarig paard van die fokmerry.
U zoekt een allround installatiebedrijf?
Familietraditie
Heleen is van huis uit met paarden opgegroeid. "Mijn ouders en mijn zus reden paard en vanaf een jaar of zeven ben ik zelf gaan rijden. Eerst reed ik thuis, later werd ik lid van ponyclub ‘De Lilliputters’ in Putten. Op mijn dertiende jaar ben ik overgestapt naar rijvereniging ‘Het Gouden Hert’. Toen we in Ermelo kwamen wonen, was hier nog geen club, dus ging ik naar Putten toe. Sinds januari van dit jaar ben ik lid van ‘Het Veluws Ros’ in Ermelo, waar nu ook een mooie binnenbak is. Daardoor kost het rijden me veel minder tijd.’’
Wedstrijden
"Ik rijd zowat iedere week wedstrijden en dat gaat vrijwel het hele jaar door,’’ aldus Heleen. "Soms rijd je op één van de paarden een tijdje wat minder. ’s Winters gaat het gewoon door in de binnenbakken. Voor dressuurwedstrijden ga je eerst losrijden en daarna proefrijden. Bij springwedstrijden moet je van tevoren losspringen en daarna het parcours lopen. Daarnaast rijd ik ook samengesteld. Dan moet je eerst een dressuurproef rijden, dan volgt een wegparcours en dan nog een cross met vaste hindernissen, o.a. wallen en greppels, waarna afsluitend nog een springparcours. De resultaten worden bij elkaar opgeteld. Je bent de hele dag bezig met één paard; een goede conditie is dan enorm belangrijk. De opbouw bij de paardensport is als volgt: Je begint te rijden in de B-klasse, dat is voor beginnelingen. Vervolgens ga je door naar de L1, de lichte klasse, daarna de L2. Daarna kom je in de M1 en M2, de middenklasse. De laatste categorie voor de landelijke wedstrijden is de Z1 en Z2, de zwaarste klasse.’’
Successen
Heleen van Zomeren over haar successen: "Vorig jaar oktober ben ik Nederlands Kampioen Samengesteld geworden. Van mei tot oktober reden we zeven wedstrijden, daarvan telden de beste vijf resultaten, waarbij ik als hoogste eindigde. In januari van dit jaar werden alle kampioenen gehuldigd in Bussum. Daarbij ontving ik uit handen van prins Bernhard een onderscheiding: Een beeldje van een paard. Op het Federatie Centrum ben ik ook kampioen samengesteld geworden. In Dronten heb ik ‘De Gouden Aardappel’ twee keer gewonnen en tijdens de indoorkampioenschappen eindigde ik vorig jaar als derde bij het springen. Begin juli won ik het Concours Hippique van ‘Het Gouden Hert’ in Putten. Overdag was er een springwedstrijd en ’s avonds reden de beste twintig deelnemers de finale. ’s Middag werd ik winnaar bij twee parcoursen en ’s avonds bij het laatste parcours; de prijs was een fiets. Vroeger won je meestal bekers, tegenwoordig zijn het vaak geldprijzen. Dat is heel plezierig, omdat paardrijden toch al genoeg kost.’’