
In de achtste aflevering van de ‘Ermelose sportverslagen uit de oude doos’ het tweede deel van een artikel over het 25-jarige bestaan van korfbalvereniging Dindoa van donderdag 16 augustus 1990. De toenmalige voorzitter van de vereniging, de heer P. Yska vertelde daarin openhartig over ‘zijn’ Dindoa. Klik HIER voor deel 1.
Door Bram Burggraaff.
In hoeverre werd in 1983 een nieuwe start gemaakt?
"Dindoa is toen met een beleidsplan begonnen, waarbij we zowel de sportieve en recreatieve prestaties, als de financiën en de identiteit van de vereniging in bepaalde banen wilden leiden. Om met dat laatste te beginnen: Wij zijn een christelijke sportvereniging. We trachten daarbij inhoud te geven in de wijze van omgaan met en waardering voor elkaar, en door de leden de mogelijkheid te geven zich te ontplooien ongeacht het niveau. We proberen elkaar te leren kennen, zowel in de recreatieve als in de trainingssfeer. Verder trachten we goede competitieresultaten te behalen, maar niet op basis van onoorbare praktijken of onsportief spel. Ten tweede hebben we op een rijtje gezet, hoe we konden komen tot betere prestaties voornamelijk door veel aandacht te besteden aan training en begeleiding van teams. Eén van de problemen op de Veluwe is, dat er moeilijk trainers van buitenaf te krijgen zijn. We hebben daarom alleen voor ons hoofdteam een trainer, die op basis van onkostenvergoeding werkt. Voor de rest zijn we aangewezen op eigen trainers en trainsters. We doen veel aan opleiding van trainers, dat begint al bij de jeugd. Wij kwamen afgelopen seizoen uit met 19 teams op het veld en met 26 teams in de zaal; je hebt dus veel trainers nodig. Ons beleid, wat er toe moet leiden dat we op een steeds hoger niveau gaan spelen, begint langzamerhand vruchten af te werpen. We hebben een groot verschil gehad tussen ons eerste team en de overige senioren; nu komt het niveau wat dichter bij elkaar. Ook bij de jeugd zijn we goed bezig. Onze junioren 1 spelen in de eerste klasse, de op één na hoogste klasse. De oudste aspiranten zijn gepromoveerd naar de hoofdklasse, waarmee weer een goede basis is gelegd voor de junioren. Met de pupillen zijn we nu al bezig om een selectie toe te passen en het geven van doelgerichte training, zodat een lijn ontstaat vanaf de pupillen tot en met de senioren. Ieder jaar worden de resultaten beter en ieder seizoen worden zowel op het veld als in de zaal zo’n zes teams kampioen.’’
Kent de vereniging op dit moment problemen?
"Vanaf november gaan we de zaal in. De thuiswedstrijden spelen wij in sporthal Calluna en daar ligt ons grootste probleem. We hebben veel te weinig trainingsmogelijkheden in de zaal. We moeten nu uitwijken naar kleine gymzalen, waar je het schot en de tactiek niet goed kunt oefenen. Dat heeft consequenties, als je op hoger niveau wilt gaan spelen. We hebben tien teams die eigenlijk in een zaal als Calluna zouden moeten trainen, maar daarvoor is slechts één uur beschikbaar. Dat is ook de hoofdoorzaak van de degradatie van het eerste team in de zaalcompetitie. De eerste wedstrijden gaat het nog wel, maar in de loop van het seizoen kun je aan het spel van de andere verenigingen zien, dat zij meer trainingsmogelijkheden hebben. We hebben gevraagd om meer zaaluren, maar de gemeente Ermelo heeft ze niet. Nu hebben we een voorstel ingediend om zelf een sporthal te bouwen, maar de politiek neigt momenteel meer naar een zaal in oost. We hebben een sport-overdag-groep en zouden nog wel een paar van dat soort groepen willen oprichten, maar dat is nu niet mogelijk. Ermelo heeft behoefte aan een tweede sporthal. De gemeente kan echter nooit goedkoper dan wij dat kunnen een zaal bouwen. Wij brengen een stuk zelfwerkzaamheid mee en er kan enorm worden bezuinigd op de exploitatiekosten. Wij willen bouwen bij onze huidige accommodatie, zodat kantine en kleedruimtes niet meer nodig zijn. Die hebben we immers al. Andere verenigingen die zitten te springen om zaalruimte kunnen dan bij ons terecht. We moeten wachten tot het najaar, dan komt een gemeentelijke notitie uit. Overigens zullen wij niet bij de gemeente aankloppen voor subsidie bij de bouw van een eigen sporthal.’’
Hoe prestatiegericht is Dindoa?
"We hebben een lijn: Senioren 1, junioren 1, aspiranten A, aspiranten C, aspiranten D, pupillen P1 en Pupillen R1; dat zijn onze teams om hogerop te komen. Ook met de lagere teams proberen we doelgericht omhoog te komen. Het eerste team is het vlaggenschip, daarvoor moet je veel doen, zoals het zorgen voor een goede trainer en goede trainingsfaciliteiten. Ook aansluiting vanuit de jeugd en een goede selectie zijn belangrijk.’’
Zijn er vaak trainerswisselingen?
"In de regel blijft een trainer drie jaar bij ons. De huidige trainer, de heer Goldman gaat het aankomende seizoen zijn vierde jaar in. Hij is een goede trainer en doet het prima in de groep.’’






