In de 186e aflevering van de ‘Sportartikelen uit de oude doos’ van 27 december 2001 en 3 januari 2002 het tweede deel van een driedelig interview met Nico Ligthart, die van 1998 tot en met 2003 voorzitter was van Ermelo’s grootste voetbalvereniging DVS’33. Klik HIER voor deel 1. Door Bram Burggraaff.
De discussie spelers van buitenaf of eigen spelers is nog steeds actueel bij DVS’33. Wat is uw standpunt in deze?
Nico Ligthart: "DVS’33 moet met zo’n groot arsenaal aan jeugdspelers in staat zijn om uit eigen gelederen spelers voor het eerste elftal te leveren. Als je met 1000 leden geen elftal op Hoofdklasser-niveau kunt brengen met vooral ‘eigen’ spelers dan doe je iets niet goed. Daarom is er een technisch coördinator aangesteld die het hele jeugdbeleid en nu met Jack van Santen het complete voetbalbeleid voor zijn rekening neemt. De opleiding van jeugdvoetballers wordt zo goed mogelijk begeleid en dat gaat steeds professioneler worden. Dat is zeer belangrijk, want je moet spelers zien te behouden voor DVS. Daarbij kan het ook wel eens nodig zijn om talentvolle spelers in de A1 en B1 op andere posities te leren spelen, als je ziet aankomen dat je op termijn in het eerste elftal iemand nodig hebt op een bepaalde plaats. In 80% van de gevallen lukt het wel om zelf spelers voor het eerste elftal op te leiden. Het streven moet zijn dat we qua opleiding van jeugdige voetballers de zaken zo goed voor elkaar krijgen dat je richting de 100% gaat. Spelers met meer potentie worden soms op jeugdige leeftijd al gescout door betaalde verenigingen en gaan daar in opleiding. Je merkt gelukkig dat als ze het daar net niet halen, ze weer terugkeren. Dat moet de kracht van het DVS-gevoel zijn. Je kunt het betreuren dat ze weggehaald worden, maar je kunt ook zeggen dat onze jeugdopleiding kennelijk heel goed is.’’
Hoe sta je er tegenover, als er spelers van buitenaf naar DVS’33 gehaald worden?
"Je kunt er tegenaan lopen dat je bepaalde posities niet kunt invullen. Dan zul je als vereniging met Hoofdklasse-ambities moeten kijken, of je een speler van buiten kunt interesseren voor DVS’33. Dat kunnen ‘broodvoetballers’ zijn die het alleen maar voor het geld doen en al snel weer weg zijn. Maar het blijkt toch dat er veel voetballers die van buitenaf komen sfeergevoelig zijn en zich al snel thuis voelen bij onze club. Daar zijn veel voorbeelden van. Je kunt ook spelers kwijtraken. Ik kan me voorstellen dat sommige voetballers voor hun eigen kansen willen gaan. We hebben enkele jaren geleden een aantal spelers naar IJsselmeervogels zien vertrekken. Dat is vanuit de optiek van DVS natuurlijk jammer, maar gelukkig zijn ze weer teruggekomen en hebben een stuk ervaring opgegaan.’’
Wat vindt u ervan dat bij plaatsgenoot FC Horst de meeste selectiespelers bij DVS’33 vandaan komen?
"Ik vind het niet erg dat spelers die bij DVS’33 net niet aan de A-selectie toekomen een tijdje bij een andere club gaan spelen, waar ze wel in het eerste elftal komen. Ik denk dat het voor de ontwikkeling van deze voetballers ook goed is. Als je maar blijft aanhangen tegen DVS 1 of je speelt in DVS 2 kan het best goed zijn om eens een paar seizoenen bij FC Horst te gaan voetballen. Ze doen daar in het eerste elftal meer en goede ervaring op. Als ze zich daardoor als voetballer beter ontwikkelen en ze komen na een paar jaar met een stuk ervaring terug, dan is daar niets op tegen. En als ze daar blijven hangen, omdat ze het goed naar hun zin hebben, is daar ook niets mis mee.’’
Hoe beleeft u de wedstrijden van het eerste elftal?
"Het is traditie dat je als voorzitter aanwezig bent bij de wedstrijden van het eerste elftal. Daardoor ben je er ook meer bij betrokken dan bij andere elftallen. Meestal kan ik het redelijk nuchter bekijken, maar na een onnodige nederlaag ben ik er soms de volgende dag nog ‘ziek’ van. Het is helemaal niet erg om een wedstrijd waarin de tegenstander sterker is, te verliezen, maar dan moeten ze er wel alles aan gedaan hebben. Als er onnodig punten worden weggegooid komt dat, zeker nu we er zo goed voorstaan, hard aan. Het is leuk om mee te gaan naar de uitwedstrijden en besturen van tegenpartijen te ontmoeten, die je ook weer bij de thuiswedstrijden mag ontvangen. Je hebt weleens gesprekken met bestuursleden in de geest van: Hoe gaat het bij jullie. Wij lopen tegen dit probleem aan. Herkennen jullie dat en hebben jullie dat opgelost?’’