Deel 1 ‘KC Ermelo voelde zich achtergesteld’: Ermelose sportartikelen uit de oude doos

Sietse Knossen, destijds KC Ermelo-bestuurslid.
Foto: Gescande foto

In de 28e aflevering van de ‘Ermelose sportartikelen uit de oude doos’ een interview in 2 delen met KC Ermelo-bestuurslid Sietse Knossen van donderdag 30 juli 1992. Vandaag deel 1. Korfbalclub Ermelo werd 12 september 1983 opgericht door een aantal oud-leden van Dindoa. Velen voorspelden dat de vereniging een kort bestaan zou hebben, maar ondanks het gemis van een eigen accommodatie bestaat de vereniging na 9 jaar nog steeds en speelt het maar één klasse lager dan ‘grote broer’ Dindoa. (KC Ermelo hield in 2016 op te bestaan). In deze aflevering van de zomerinterviews komt algemeen bestuurslid van KC Ermelo, de heer Sietse Knossen uitgebreid aan het woord.

Door Bram Burggraaff.

Sietse Knossen zit niet vanaf het eerste uur bij KC Ermelo. “We kwamen hier vijf jaar geleden wonen. Mijn zoontje ging met een vriendje mee naar KC Ermelo en werd lid. Ik heb begrepen dat de vereniging een afsplitsing is van Dindoa, waar een aantal leden destijds uit onvrede opstapte en een eigen vereniging oprichtte.’’

Succesvol
Knossen stelt dat KC Ermelo zeker succesvol is geweest in het negenjarig bestaan van de vereniging. “Als nieuwe club begin je helemaal onderaan. We zijn nu al vier keer gepromoveerd en inmiddels spelen we eerste klas Midden-Nederland. Het afgelopen seizoen heeft het eerste team in de top meegedraaid met als resultaat een derde plaats, zowel op het veld als in de zaal. Er is zelfs kans geweest op promotie, waarmee KC Ermelo op hetzelfde niveau zou zijn gekomen als het veel grotere Dindoa. De vereniging telt momenteel honderd leden verdeeld over zeven teams: Twee seniorenteams, twee juniorenteams, drie aspirantenteams en een aantal recreanten. Het bestuur heeft signalen gekregen dat er animo is voor een recreantenteam. Na de vakantie wordt gepeild, of het opzetten van zo’n team haalbaar is.”

Kiezen
Er zijn nu twee korfbalverenigingen in Ermelo. Op de vraag, of Ermelo daarvoor niet te klein is, zegt Knossen: “Als je het vergelijkt met even grote plaatsen, zou je dat wel kunnen concluderen. Maar Dindoa is een christelijke vereniging, terwijl KC Ermelo een algemene vereniging is. Mensen die daarvoor kiezen, hebben in Ermelo die mogelijkheid. Het feit dat Dindoa een christelijke vereniging is, was overigens niet de reden van de afsplitsing.’’

Rivaliteit
De rivaliteit tussen Dindoa en KC Ermelo is altijd groot geweest. Toch wordt dat minder, omdat steeds meer mensen het begin niet hebben meegemaakt. Knossen: “Dat is heel duidelijk. Ik ben daar zelf een goed voorbeeld van, want ik weet niet eens precies wat de reden van die afsplitsing is geweest. Ik weet dat Dindoa onze ‘grote broer’ is, waar ik persoonlijk absoluut geen negatieve ervaringen mee heb.’’

Bestaansrecht
Het ooit weer samengaan van beide verengingen is nooit ter sprake gekomen. “Zolang wij zelf bestaansrecht hebben’’, vindt Knossen, “vinden wij het niet nodig om te fuseren met Dindoa. Sportief gezien draaien we goed. Als we geen bestaansrecht meer hebben, kunnen leden zich altijd individueel aanmelden bij een andere vereniging.’’

Accommodatie
KC Ermelo beschikt niet over een eigen locatie. De korfballers zijn te gast bij Groot-Emaus. “Er zijn nauwelijks faciliteiten en het wordt alleen maar minder. We hebben misschien in de loop der jaren te weinig aan de bel getrokken. Vlak voor het einde van het seizoen heeft raadslid Van Diermen ons bezocht en die sprak zijn verbazing uit over de slechte situatie, waarin wij verkeren. We spelen eerste klasse en ontvangen dus clubs van heinde en verre. Kleedruimtes en douches zijn er niet. Er is één kleedhok en één toilet voor dames en heren. De sporters moeten na de wedstrijd bezweet naar huis. Het is echt gênant, zeker naar onze tegenstanders toe. Dat is zeker geen reclame voor Ermelo. Ook ten opzichte van de andere Ermelose verenigingen, voelen wij ons heel erg achtergesteld’’, vertelt Knossen.

Toekomstplannen
De toekomst van de hele vereniging staat of valt met het krijgen van een eigen accommodatie. Knossen: “Onze vereniging bestaat nu negen jaar en heeft het bestaansrecht ruimschoots bewezen. We hebben de toezegging van de gemeenteraad voor een subsidie van 94.000 gulden om een eigen kleed- en doucheruimte te bouwen en we voeren ook zelf actie. De locatie is min of meer bekend, we hebben namelijk het vijfde veld op sportpark ‘De Zanderij’ toegewezen gekregen van de gemeente. De Kynologenclub had ook een claim op dat terrein, maar de leden van die club schoven de beslissing steeds voor zich uit. Uiteindelijk werd besloten, dat de Kynologenclub niet naar De Zanderij zou gaan.’’ Volgens Knossen leek het toen snel te gaan, maar nu speelt er weer een andere zaak: De eventuele verhuizing van DVS’33 naar sportpark De Zanderij.

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden