Leen Keus schreef Oorlogsherinneringen over de periode dat hij als evacué in Ermelo verbleef

27 mei 2014, 11:33 Nieuws
txcjgbdf9qsc2qfr75tbdbbqm 21en keus

"Ik dacht, nu moet ik het maar eens van me afschrijven en enigszins tot rust komen."

"Want vergeten doe je het nooit". Leen Keus verbleef als evacué van 1942 tot en met 1945 in Ermelo.

Oorlogsherinneringen


Door Leen Keus

Al vele jaren komen bij mij de herinneringen boven als de Bevrijdingsdag nadert, echter deze kan ik alleen een maand later vieren. Waarom?

Gezin blijft achter zonder man en vader

Zoals veel Scheveningse mannen die dagelijks op zee verbleven, was mijn vader varensgezel op de Koopvaardij. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertrok mijn vader, in augustus 1939 op het toenmalige Koopvaardijschip de Johan van Oldebarneveldt als zeeman voor een reis, naar het voormalig Nederlands Indië. Op de terugreis, brak de Mobilisatie uit, en vielen de Koopvaardijschepen onder het Militair gezag, en mochten de schepen niet meer terugkeren naar Nederland. Zo bleven wij als gezin moeder met drie kinderen, zoals vele gezinnen achter zonder man en vader.

Verhuizen naar Ermelo

Eind 1941 kregen wij bericht dat wij uit Duindorp moesten vertrekken naar elders. Daar wij geen economische verbintenis hadden met Den Haag e.o., kregen wij geen huisvesting aangeboden en kreeg mijn moeder bericht dat wij moesten evacueren naar elders. Mijn moeder ging met nog enkele andere zeemansvrouwen, die in een zelfde situatie verkeerde. Via de kerk, kregen wij o.a. een aanbeveling voor een bezoek om in Ermelo, naar een nieuw inwoonadres te gaan kijken.

Zo geschiedde dat wij met ons gezin in februari 1942 verhuisde naar Ermelo. Dat bleek achteraf niet de beste keuze te zijn geweest. Wij kwamen in te wonen bij een alleenstaande oude dame, met een gezin van 4 personen. Dat viel niet altijd mee, maar we zijn toch die jaren goed doorgekomen. Gelukkig waren er nog andere familieleden als evacués woonachtig in Ermelo.

Groot gebrek aan eten

Ook de tijd van gebrek aan eten ging ook ons niet voorbij. Dat er vanaf de kansel in de kerken werd aangedrongen om deze groep mensen niet te vergeten, kregen wij als bewoners van elders ook met honger te maken. Na familieberaad werd besloten - het was inmiddels eind 1944 - er op uit te trekken richting Drenthe; mijn moeder en een alleenstaande tante en ik gingen met een handkar op weg.

Na drie dagen lopen kwamen wij terecht bij een boerderij in Balkbrug, waar wij gastvrij werden ontvangen. Na twee dagen rust gingen mijn moeder met de gedeeltelijk gevulde handkar met voedsel, terug naar Ermelo. Mijn moeder had samen met het boerenechtpaar een besluit genomen om mij achter te laten op de Boerderij. Daar er geen communicatie mogelijkheden aanwezig waren, was het wachten op de goede afloop. Na de bevrijding in 1945 werd ik in juni van dat jaar door mijn vader - die inmiddels gelukkig gezond door de oorlogsjaren was heen gekomen - opgehaald. Nog steeds heb ik een heel goed contact met de kinderen van het boerenechtpaar uit die periode!

Kleine uitkering van de gemeente Ermelo

In het begin van de oorlogsjaren kreeg mijn moeder toen wij nog op Scheveningen woonde elke week een postwissel van de Scheepvaartmaatschappi S.M.N. Aangekomen in Ermelo werd op last van de Duitsers deze betalingen van de Mij. stopgezet. Mijn moeder moest toen gaan werken in de huishouding bij diverse gezinnen. Wij kregen een kleine uitkering van de gemeente Ermelo, en een geringe bijdrage uit de zeemanspot, welke was gevormd door Bankiers in Amsterdam als ondersteuning van achtergebleven gezinnen van zeevarenden.

Hoe verzinnen ze het!

Toen mijn vader, na zes jaar thuis kwam, gold er ook in opdracht van de regering een vaarplicht van één jaar na de oorlog. Dat hield in dat mijn vader, na 16 dagen verlof, vervolgens op 22 juni 1945 moest aanmonsteren en een reis ging maken van 9 maanden. (Hoe hebben ze dat toen kunnen verzinnen.) Na thuiskomst, werd het totaal bedrag dat wij van de Sociale Dienst f. 1815,70 en uit de Zeemanspot f. 290,= , in de oorlogsperiode werd uitbetaald verrekend met zijn verdiende gage. De correspondentie kwam pas te voorschijn na het overlijden van mijn vader in 1995.

26 mei 2014

Leen Keus