In plaats van de reguliere oefenavond ging de Jeugdbrandweer Ermelo/Putten, vanavond 13 oktober, huis aan huis collecteren voor de Nederlandse Brandwonden Stichting. De 16 leden in de leeftijd van 12 tot 18 jaar werden vergezeld van hun brandweerwagen die zwaailichten voerde. Wat natuurlijk voor de nodige ophef zorgde in de Retiefstraat en Steijnlaan.
Dood
En dat was nu precies de bedoeling; aandacht vragen voor een zeer belangrijke zaak. Met de opbrengst van de collecte krijgen brandwondenslachtoffers namelijk de allerbeste zorg in de drie brandwondencentra. In 1971 ging mensen nog dood aan ernstige brandwonden. Het kleingeld van de collecte heeft dat veranderd. De collecte is de belangrijkste inkomstenbron, want de Brandwonden Stichting ontvangt geen subsidie.
Traditie
Het is echt een traditie geworden dat de Jeugdbrandweer actief is voor de Brandwonden Stichting, vertellen voorzitter Willem Timmer en penningmeester Sybolt Jousma. Het balletje ging rollen toen Sybolt jaren terug tijdens een open dag van de Brandweer werd gevraagd te collecteren voor de Brandwonden Stichting. Spijkers met koppen werden geslagen toen hij aantrad als penningmeester bij de Jeugdbrandweer, waarvan zijn zoon Hessel (17) al vanaf zijn negende jaar lid is.
Betrokkenheid
"Het collecteren is een leuke gezamenlijke activiteit voor de jongens en meiden, brengt discipline bij, is goed voor de Brandwonden Stichting en getuigt van een stuk maatschappelijke betrokkenheid", motiveren Willem en Sybolt de inzet van de Jeugdbrandweer.
Beloning
Het gaat goed met de Jeugdbrandweer Ermelo/Putten zeggen beide bestuursleden. Vooral sinds de professionaliserings(inhaal)slag. Als beloning kreeg de Jeugdbrandweer na vele omzwervingen, een vast onderkomen in de Brandweerkazerne aan de Oude Telgterweg. Wat een nuttige wisselwerking teweegbrengt. De leden van de Jeugdbrandweer zijn immers een serieuze kweekvijver voor de volwassen vrijwillige brandweer. Contact hebben met de volwassen brandweermannen en ze aan het werk zien spreekt de jeugd erg tot de verbeelding. Niet zelden roepen ze uit: 'Dat wil ik ook'. "Maar het komt ook voor", weten Willem en Sybolt, "dat ze uiteindelijk kiezen voor een andere tak van hulpverlening."