
Tineke Idema bezocht het echtpaar en tekende een prachtig en ontroerend levensverhaal op.
Door Tineke Idema
“Ik woon het liefs in Ermelo en wil niet meer terug”, zegt een stralende diamanten bruid. Dat is wel bijzonder want het echtpaar W. Kamp en mevrouw G.L. Kamp-Oosterloo woont hier nog maar vier jaar. Ze komen uit Steenwijk. Op zestienjarige leeftijd leerden ze elkaar kennen bij een gezamenlijke oom en tante maar het duurt nog zeven jaar voor ze ‘aan de scharrel gaan’. Dan zien ze elkaar hooguit één keer in de week want Wiecher woont in de polder en Grietje in Appelscha. En dat is een eind fietsen.
Opgepakt in de oorlog
Op dertienjarige leeftijd verlaat Grietje de school en gaat thuis werken op de boerderij. Moeder Kamp wil dat de jongens doorleren dus gaat Wiecher naar de lagere en middelbare landbouwschool. In de oorlog wordt de zeventienjarige Wiecher opgepakt en moet aan het werk in de buurt van Wateren om een schijnvliegveld aan te leggen. Moeder ruilt Wiecher voor een onderduiker die door dit werk een status krijgt en zich dan vrij kan bewegen. Bij Grietje in huis ‘logeren’ onderduikers die maar wat gek met haar zijn. Zij zorgt voor afleiding, eten en drinken. Er is nog een poëziealbum met verschillende versje geschreven door de onderduikers. Mevrouw Kamp: “Ik weet nog een versje uit het hoofd”. Glunderend en zonder aarzeling declameert ze het vers dat waardering uitspreekt over haar zorg voor de onderduikers.
Trouwen in geleende bruidsjapon
Na drie jaar verkering wordt er getrouwd in Oostwolde. Ds. Geuzenbroek geeft een zegen over het huwelijk in de kerk van Appelscha. Het is dan 11 juni 1954. Grietje draagt een geleende bruidsjapon en Wiecher een nieuw zwart pak. Het paar moet zuinig aan doen. Als de winter begint en er geen geld is voor een kachel, krijgen ze deze van een broer van Wiecher. Vanwege de woning schaarste krijgen ze een plekje boven de boerderij die gedeeld wordt met vier families. Als het paar naar Scheerwolde verhuist blijft het er zestien jaar wonen. De zonen Marten en Leo worden daar geboren.
Naakte vrouw
Kamp beheert met zijn broer in een maatschap een boerderij van staatsdomeinen in gemeente Giethoorn. Leo weet nog dat vader de pinken in voor en najaar met een boot verplaatste over het water. Als er geen brood meer te verdienen is voor twee gezinnen gaat Kamp elders aan de slag. Tot zijn pensioen werkt hij in Staatsbos in de Weerribben. “Dat was mijn mooiste tijd”. Moeder Kamp zorgt zestien jaar voor een dementerende beppe. Eén keer kunnen ze met vakantie als de zeventienjarige Leo aanbiedt voor beppe te zorgen. “Toen zag ik voor het eerst een naakte vrouw”, weet Leo nog.
Bang Dillenburg kwijt te raken
Als Kamp niet meer zelfstandig kan wonen, zorgen zoon Leo en schoondochter Janet voor een woning bij hen om de hoek. Ze zijn mantelzorgers. Het diamantenpaar logeert elk weekend bij Leo in huis. Twee dagen wonen ze in hun eigen huis en zorgt Janet voor dingen als was, schoonmaak en warm eten. De telefoon is altijd onder handbereik. Drie dagen gaan de Kamps naar de dagactiviteit op de Dillenburg en vinden het ‘prachtig’. “Als de Dillenburg er niet was konden we het niet in stand houden. We maken ons zorgen nu de financiering naar de gemeente gaat en zijn bang dat we de Dillenburg kwijt raken. Vader heeft Alzheimer en een strakke lijn nodig. Als dit wegvalt raakt hij in de war. Ze genieten daar van het samenzijn, koffiedrinken, krant lezen, wandelen, hersengymnastiek en spelletjes doen”, zegt Janet. Mevrouw Kamp beaamt het en vult aan: “’s Middags na het warme eten gaan we op een ligstoel rusten en stoppen ze ons lekker in. Met het eten klaarmaken helpen we ook”.
De Here dankbaar
“Na zestig jaar zijn we nog steeds gelukkig met elkaar en de Here dankbaar. Een groot verdriet is het overlijden van zoon Marten aan een hersentumor. Maar het is fijn dat we het goed hebben en dicht bij Leo wonen”, aldus het diamantenpaar.
Woensdag 11 juni komt burgemeester André Baars de felicitaties brengen in de Dillenburg. Daarna wacht een feestelijk diner voor de familie.