Column: Ed Bok(t) over de ‘maakbaarheidsmachine’ van D’66.
Eenmaal, andermaal, verkocht
Het zal, na Rob Jetten zijn oproep een tijdje terug om een draagmoeder groot nieuws in medialand zijn: onze minister-president Rob Jetten en zijn verloofde verwachten in 2027 een kind via een Nederlandse draagmoeder. Prachtig nieuws voor de roze wolk in het Catshuis natuurlijk. De D66-voorlichtingsmachine draaide direct op volle toeren om ons te verzekeren dat alles volgens de meest zuivere, altruïstische en ethische principes verloopt. Geen centje pijn en geen centje cash dus. Maar bij de nuchtere burger krabt menigeen zich achter de oren. Want in de ‘progressieve kosmos’ van D’66 lijkt het menselijk leven langzaamaan te veranderen in het ultieme politieke project. Alles is immers te regelen, te plannen en te bestellen in de maakbaarheidsfabriek van D’66.
De hamer van de meester
Als we het dan toch hebben over het regelen van transacties binnen de partij, dwalen de gedachten onwillekeurig af naar D’66-icoon Alexander Pechtold. Als oud-veilingmeester weet hij als geen ander hoe je een deal sluit. Je ziet het bijna voor je: een denkbeeldige D’66-commissie voor Gezinszaken en Ethiek, waar de hamer glanst in het kunstlicht. Eenmaal, andermaal, de premier heeft zijn gezinswens binnen! Het legt op satirische wijze de vinger op de zere plek: de angst dat in de moderne, liberale D’66 samenleving werkelijk alles – tot aan de gezinsstichting toe – een rationeel te managen proces is geworden. De partij van de individuele vrijheid regisseert het leven het liefst tot ver achter de voordeur.
Het wankele politieke kaartenhuis
Juist in deze politiek gure tijden is de timing van de premier opmerkelijk te noemen. Jetten leidt immers een minderheidscoalitie die bij het minste of geringste zuchtje politieke tegenwind kan instorten. In de wandelgangen vraagt men zich af: is dit een handige strategische zet? Met deze hyper progressieve gezinsuitbreiding zet hij partijen gegrondvest op christelijke waarden, zoals de SGP, immers direct buitenspel. Voor de broodnodige steun in de Kamers hoeft hij daar niet meer aan te kloppen. Het is alsof de premier bewust de morele polarisatie opzoekt om zijn eigen progressieve achterban te pleasen, terwijl het landsbestuur ondertussen op een wankel kaartenhuis balanceert. Ideologie gaat blijkbaar voor stabiliteit.
De selectie aan de poort
Maar hoe betrouwbaar is dat morele D’66-kompas eigenlijk als de gordijnen écht sluiten? De geschiedenis van de partij leert dat de kloof tussen de glanzende progressieve PR-buitenzijde en de weerbarstige praktijk soms pijnlijk groot is. Neem nu de digitale controle. Waar D’66 hamert op vlekkeloze, ethische selectieprocedures voor eiceldonoren en draagmoeders, herinnert de oplettende krantenlezer zich vast nog wel hoe D’66 haar eigen online screening historisch gezien totaal niet op orde had. Denk aan de tijd dat een beoogde justitiespecialist al na twee weken via de achterdeur moest vertrekken wegens ophef over zijn online chatgedrag. Het toont aan dat de partij die de samenleving wil screenen, de eigen achterdeur vaak wagenwijd open laat staan.
Talent voor het ongemak
En wat te denken van de interne omgangsvormen en het begrip 'vrijwilligheid'? D’66 bezweert ons dat bij het draagmoederschapstraject van de premier alles op basis van totale gelijkwaardigheid en zonder enige drang gebeurt. Dat is een geruststellende gedachte, maar het contrast met het verleden is wrang. Jarenlang werd de interne talentencommissie van de partij – de club die bepaalde wie er carrière maakte – geleid door een strateeg die later wegens stalking en het onder druk zetten van een vrouwelijke medewerker uit de partij werd gezet. Als de ethische poortwachters van de partij zélf de grens tussen macht, drang en relaties al niet zuiver konden houden, hoe geloofwaardig is de morele superioriteit dan als het om zulke intieme wetgeving gaat?
Als het leven niet luistert
Het meest fundamentele contrast zien we echter wanneer de menselijke natuur weigert te luisteren naar het D’66 planningsbureau. De partij profileert zich graag als ‘architect’ van het perfect geplande en gewenste regenbooggezin via de wet. Maar de geschiedenis laat zien wat er gebeurt als nieuw leven zich níet aan de politieke blauwdruk houdt. Ed Bok(t) herinnert zich nog de pijnlijke verhalen in de media over hoe voormalig partijleider Pechtold in zijn privéleven reageerde op een onverwachte zwangerschap en waarbij de term 'drang tot abortus' destijds breed uitgemeten werd. De ironie is bijna tastbaar: D’66 die het leven via wetgeving in perfectie wil regisseren bleek in het verleden grote moeite te hebben met de onverwachte en onplanningsbare komst van nieuw leven.
Een nuchtere balans
Uiteindelijk blijft de burger achter met een diep gevoel van onbehagen. Want hoe je het ook wendt of keert, en hoe strikt de wetten rondom onkostenvergoedingen ook worden dichtgetimmerd: het gevoel dat een kind een soort 'consumentenwens' wordt die je met de juiste politieke en financiële middelen kunt realiseren, verdwijnt niet zomaar. Een column als deze houdt de spiegel omhoog. Het laat zien dat achter de glanzende, progressieve folders van D66 een wereld schuilgaat waarin de menselijke natuur zich niet zomaar in een wet laat vangen. Het leven laat zich niet veilen, meneer Pechtold. Zelfs niet voor de minister-president.
Ed Bok(t)
Ed Bok is een Ermeloer die tegenwoordig in Harderwijk woont, EFC’58 fan, sociaal en betrokken.